Enterotoxaemie / "het bloed" en preventieve vaccinatie

Een ongelukkige praktijkervaring

De meeste schapenhouders zullen bekend zijn met de ziekte Enterotoxaemie, ook wel "het bloed" of "weeldeziekte" genoemd. Velen zullen hun dieren (de drachtige ooien en soms ook nog de lammeren) vaccineren tegen de ziekte. Daarmee zou de ziekte worden voorkomen, zo doen de fabrikanten van de vaccins ons geloven, maar dit wordt ook gesteld door veeartsen, schapenhouders en in de vakliteratuur. Onze ervaring is (helaas) een andere.

Onze ervaring
Onze ooien zijn afgelopen winter kort voor het aflammeren twee keer gevaccineerd met Ovilis Heptavac P met de gebruikelijke tussentijd. De jonge lammeren zijn al op een leeftijd van gemiddeld 4 weken voor de eerste keer zelf gevaccineerd en 6 weken later nog eens. Vier weken na de laatste vaccinatie stierf ons beste ramlam, BWKA-00013 Glynn DT, zeer plotseling zonder ziekteverschijnselen. Het dier was uitgebreid gevaccineerd, dus enterotoxaemie kon eigenlijk niet de doodsoorzaak zijn. Omdat de oorzaak een raadsel was en we geen risico voor de andere lammeren wilden lopen, hebben we sectie laten doen door de GD. Uit de sectie bleek dat ons lam toch was gestorven aan enterotoxaemie. Nog steeds een raadsel dus. Reden om eens uit te zoeken hoe het precies zit met deze ziekte en de preventieve vaccinatie.

Ramlam dat getroffen werd door 'Het Bloed'.

De ziekte
Enterotoxaemie wordt gekenmerkt door de plotselinge sterfte van vooral snelgroeiende weidelammeren vanaf een leeftijd van 4 à 5 weken. Het komt echter ook voor bij oudere en zelfs volwassen dieren en hele jonge lammeren. Meestal worden de beste (snelst groeiende) lammeren getroffen. De ziekte verloopt zeer snel en daardoor worden meestal ook geen ziekteverschijnselen waargenomen. Onze ervaring is dat het dier het ene moment normaal loopt te grazen in het koppel en 10 minuten later dood ligt. Enterotoxaemie is een vergiftigingsproces vanuit de darmen van het dier. De ziekte wordt veroorzaakt door een bacterie, de Clostridium perfringens. Dit is een bodembacterie die ook in kleine hoeveelheden voorkomt in de darmen van gezonde dieren zonder daar schade te veroorzaken. Een verstoring in de spijsvertering kan leiden tot een explosieve vermeerdering van de darmbacteriën. Daarbij komen gifstoffen (toxinen) vrij die via de darmwand in de bloedbaan terechtkomen en zo de nieren, de lever en de hersenen bereiken. Daar veroorzaken ze een dodelijke beschadiging van de hersenen. Een verstoring in de spijsvertering ontstaat door plotselinge rantsoenveranderingen waardoor de penswerking wordt verstoord (vaak door een teveel aan krachtvoer en te weinig structuurrijk voer) en weidegang in de lente. Het zijn ook vaak de gulzigste eters die worden getroffen. Daarnaast zijn ook wormbesmettingen een risico voor het ontstaan van enterotoxaemie omdat deze de opname van toxinen in de bloedbaan makkelijker maken.

Preventie
"Voorkomen is beter dan genezen" gaat in dit geval zeker op. Door het acute verloop van de ziekte is genezing vrijwel onmogelijk. In de eerste plaats moeten plotselinge rantsoenveranderingen zo veel mogelijk worden voorkomen. Pas op met het omscharen van de dieren van een schrale weide naar een malse eiwitrijke weide in het voorjaar. Voer eventueel structuurrijk hooi bij, hoewel de dieren dat minder graag zullen eten als ze in een malse wei lopen. Zorg verder voor een goed ontwormingsplan voor de dieren. Een belangrijk hulpmiddel om enterotoxaemie te voorkomen is het vaccineren van de drachtige ooien en eventueel ook van de jonge lammeren.

Vaccinatie
Schapen die voor de eerste keer worden gevaccineerd moeten twee keer worden ingespoten met een tussentijd van 4 tot 6 weken. De gevaccineerde dieren ontwikkelen antistoffen tegen enterotoxaemie. De dieren die de basisvaccinatie hebben gehad moeten een keer per jaar met een eenmalige injectie worden bijgevaccineerd. Geadviseerd wordt drachtige ooien enkele weken voor het lammeren te vaccineren. Het gehalte aan antistoffen in het bloed van de ooi stijgt daardoor. De antistoffen worden met de biest uitgescheiden en de lammeren krijgen op die manier voldoende bescherming voor de eerste 2 tot 4 levensmaanden, afhankelijk van de hoeveelheid met de biest opgenomen antistoffen. De lammeren kunnen dan op een leeftijd van 2 maanden zelf worden gevaccineerd, gevolgd door een tweede vaccinatie na 4 tot 6 weken. Daarna worden ze in het gebruikelijke vaccinatieplan van eens per jaar meegenomen.

Twee vaccins
Er zijn twee vaccins op de markt: Covexin 10 en Ovilis Heptavac P. Het meest gebruikte middel is waarschijnlijk Ovilis Heptavac P, omdat dit vaccin ook bescherming biedt tegen de bacterie Pasteurella haemolytica, de veroorzaker van zomerlongontsteking bij lammeren. Van de bacterie Clostridium perfringens bestaan verschillende stammen, afhankelijk van het soort toxine dat wordt geproduceerd. Als veroorzakers van enterotoxaemie worden genoemd type A, type B, type C en type D. Covexin 10 geeft volgens de productinformatie bescherming tegen alle 4 types van de bacterie. Ovilis Heptavac P geeft bescherming tegen type B, C en D. De productinformatie bij Ovilis Heptavac P en ook de informatie op websites van verschillende dierenklinieken geeft aan dat type D de veroorzaker van enterotoxaemie zou zijn.

Ons dode ramlam
Na de sectie op ons dode ramlam door de GD is verder onderzoek gedaan naar de bacteriestam. Want ook de GD vond het eigenlijk onmogelijk dat het was gestorven aan enterotoxaemie nadat het zo uitgebreid was gevaccineerd. De oorzaak bleek type A te zijn, de stam waartegen Ovilis Heptavac P geen bescherming biedt.

Ons toekomstige vaccinatieplan
Na deze ervaring zullen wij voortaan onze drachtige ooien en jonge lammeren met Covexin 10 vaccineren. Om de lammeren toch te beschermen tegen zomerlongontsteking volgt in de loop van het voorjaar voor de lammeren nog een vaccinatie met Ovilis Heptavac P. Dit betekent dus een paar extra visites van de veearts, maar deze kosten wegen wat ons betreft niet op tegen de kosten en het (dieren)leed van het verlies van een of meerdere lammeren.

Saskia Bezemer
www.hofvanautriche.com

Gepubliceerd in Nieuwsbrief nr 2, 2006 Rasvereniging Hampshire Down Nederland.