Twee oeroude rassen uit het zuidwesten van Engeland, de South Devon en de Devon Longwool, oorspronkelijk vertegenwoordigd in het South Devon Flock Book en de Devon Longwool Sheep Breeders Society, zijn in 1977 samengegaan in het Devon & Cornwall Flock Book. Beide Flock Books dateerden al van begin 1900. Belangrijke reden voor het samengaan van de twee Flock Books was de grote gelijkenis tussen beide rassen. Het voornaamste verschil tussen beide rassen was het formaat: de South Devon was wat hoogbeniger en langer dan de Devon Longwool. Bij de huidige Devon & Cornwall Longwool zie je nog steeds dieren die meer naar het Devon Longwool type neigen of juist meer naar het South Devon type.
Het ras is in Nederland vrij zeldzaam, maar ook in Engeland is het aantal fokkers en het aantal stamboekdieren beperkt. De Devon & Cornwall Longwool staat bij de Britse Rare Breeds Survival Trust op de Watchlist onder de categorie ‘Breeds At Risk’. Opvallend bij de Britse kuddes is dat veel kuddes gesloten zijn gehouden: er is weinig tot geen vreemd bloed ingebracht, waardoor als gevolg van lijnenteelt en ook inteelt bepaalde eigenschappen sterk zijn verankerd. Sommige van deze ingefokte eigenschappen zijn gewenst, bijvoorbeeld de voor dit ras zo belangrijke wolkwaliteit, maar andere ook minder gewenst, bij sommige kuddes is bijvoorbeeld sprake van steeds kleiner wordende schapen.
De Devon & Cornwall Longwool is in Engeland een ‘dubbeldoel-schaap’: als producent van zware vachten is het een uitgesproken wolschaap, maar het ras produceert daarnaast ook een goede kwaliteit slachtlammeren. In Nederland maakt zijn bijzondere uitstraling en zijn rustige karakter het vooral een schaap voor hobbyhouders. Een anekdote: tijdens een bezoek aan Britse kuddes werd ons gevraagd in de wei volwassen rammen vast te houden: zonder touw of halster maar enkel door 2 vingers tussen de kaken te houden blijven deze dieren rustig staan!
“myth of the golden fleece”
Het meest bijzondere van dit ras is ongetwijfeld de wol. Ze produceren per schaap meer wol dan welk Brits schapenras ook: ooien produceren gemiddeld 7 kg per dier, rammen gemiddeld 12 kg per dier. De witte, glanzende wol is van een zware kwaliteit (40 micron, 32-40 counts) met een vezellengte van wel 20 tot 30 cm. De wol wordt in Engeland voornamelijk afgezet naar de tapijtindustrie. In Engeland worden ook de lammeren geschoren vanwege de hoogwaardige kwaliteit lamswol.
De Britse Devon & Cornwall Longwool Flock Book Association hanteert de volgende rasstandaard:
KOP
- Kop van middelmatige grootte, plat tussen de oren, voldoende breed en goed bedekt met gekrulde wol.
- Wit gezicht van middelmatige lengte. Brede neus met donkere en open neusgaten. Buitenzijde van de lippen zwart, binnenzijde van de lippen en de tong roze.
- Grote heldere ogen.
- Oren horizontaal aan de kop geplaatst. Oren van middelmatige lengte en dikte. Buitenzijde van de oren bedekt met glad, wit haar en duidelijke zwarte stippen; binnenzijde van de oren roze met enkele witte haren.
NEK
Korte, sterke nek. Vloeiend aansluitend op de schouders.
SCHOUDERS
Sterk en gespierd. Bovenzijde gelijk aan de rug en de nekbasis.
BORST
Diepe, zwaar ontwikkelde borst.
RUG
Brede, rechte rug, overgaand in goed ontwikkelde lendenen.
KARKAS
Diep en van middelmatige lengte met de ribben goed uit elkaar. Staartaanzet in lijn met de rug en diepe, zwaar ontwikkelde achterhand. Buiklijn parallel aan de rug.
Benen
Korte benen, evenredig onder het lichaam geplaatst. Benen moeten recht zijn. Achterbenen goed ontwikkeld en bevleesd tot aan de hakken. Benen bewold tot onder de knieën en hakken.
VOETEN
Voeten van middelmatige grootte en stevige gewrichten. Hoeven moeten volledig zwart zijn.
WOL
Het schaap moet gelijkmatig zijn bedekt met een vacht van lange, dichte gekrulde wol met een brede aanzet op de huid. De wol moet vrij zijn van kemp of haar.
HUID
Roze en soepel.